De broodjesservice werd vanochtend weer verzorgd door papa en Kilian die rond een uur of negen naar l’Epi d’Or reden, De dame achter debalie herkende ons al en pakte meteen de grote formaat zak voor de croissants en pain chocolat. In de ochtendzon namen we ruim de tijd voor een rustig ontbijt met onze eigen gebrouwen pruttelkoffie. Het is nog steeds heerlijk rustig weer, overdag net onder de 30 graden met gelukkig lagere temperaturen in de avond, nacht en ochtend. Gisteravond was het zelfs wat fris geweest en hadden we truien zelfs tevoorschijn moeten halen en ook vanochtend was het met 16 graden heerlijk afgekoeld.

Nadat ook Luus had ontbeten en startklaar was reden we rond het middaguur naar Chambery, de stad ten noordoosten van l’Aiguebelette en de hoofdstad van het departement Savoie. Met bijna 60.000 inwoners nog een stuk kleiner dan bijvoorbeeld Alkmaar maar als we de verhalen mochten geloven zeker de moeite waard. De meeste parkeergarages hadden horrorrecensies over extreem krappe parkeerplekken, iets dat we inderdaad gewend zijn de Franse steden. De alternatieve keuze was daarom gevallen op het parkeerterrein bij de universiteit en dat bleek een schot in de roos. Met een gratis plek in de schaduw was het een klein kwartier lopen naar het oude centrum.

In letterlijk het eerste smalle straatje liepen we op een verder vol terras tegen een uitnodigend lege tafel aan bij creperie Le Petit Phare. Het was inderdaad lunchtijd en een echte crepe kan geen van ons weerstaan. Kilian ging voor de crepe sucre met een bol aardbeienijs, mama koos voor de galette met zalm en papa en Lucia kozen vrijwel meteen voor de variant met kaas, ham en ei. Dat alles vergezeld door een lokale Cidre Doux die erg in de smaak viel.

Met goed gevulde magen trokken we verder het oude centrum in, dat inderdaad erg mooi was. Veelkleurige oude gebouwen, smalle straatjes die met elkaar in verbinding stonden door nog smallere steegjes en leuke winkels. Lucia had een stop gepland bij een winkel voor de aanschaf van een andere neuspiercing, Kilian had succes met een mooie polo van Lacoste en bij de FNAC scoorden we nog een de “No Mercy” variant van Uno die we vanavond ongetwijfeld gaan uitproberen.

Daarnaast werd de Cathédrale Saint-François-de-Sales de Chambéry bewonderd waar net het orgel werd bespeeld en liepen we langs de olifantenfontein (Fontaine des Éléphants). Een enorme fontein die bestaat uit vier olifanten en die niets van doen heeft met de beroemde Hannibal die met zijn olifanten over de Alpen trok. De stad vertoonde verder al veel kenmerken van de Tour de France die morgen vanuit Chambery gaat starten.

Na een mislukt bezoek aan een niet meer bestaande winkel met voetbalshirts deden we snel inkopen voor het avondeten bij de lokale Leclerc en reden we in een half uur weer tentwaarts. Na een biertje in de namiddagzon maakte mama een heerlijke salade die met brood soldaat werd gemaakt. Tot een uur of tien werden er wat spelletjes gedaan, toen werd het op de camping al stil. Elf uur ging het lampje in de tent uit.

Afgezien van een huilende baby in he holst van de nacht was het voor bijna iedereen een prima nacht geweest. Alleen mama was vergeten om de ventilatie te sluiten waardoor ze bruut werd gewekt bij het eerste ochtendlicht.

Tijdens de vakantie is dat gelukkig een heel andere ervaring dan wanneer een werkdag voor de deur staat. De camping heeft een broodjesservice maar op de dag van aankomst gisteren was het doorgeven van een bestelling er niet van gekomen. Papa was als eerste op de been en Kilian volgde al snel. Al compleet aangekleed voor het ritueel broodjes halen bij de boulanger zoals we dat bij Passy ook altijd deden.

Google was er van overtuigd dat de dichtsbijzijnde bakker op een kwartier rijden was maar onderweg reden we na vijf minuten al langs de bakker van Lepin-le-Lac. Croissantjes, pain chocolat en een flute rijker keerden we terug op de camping waar we in de ochtendzon heerlijk konden ontbijten. Zelfs Lucia was er op tijd haar bed voor uitgekomen!

Plannen hadden we eigenlijk niet echt voor vandaag, het was vooral lekker bijkomen en luieren. Papa en Kilian doken ’s ochtends het meer in, ook in de ochtend inderdaad heerlijk lauw water, de dames rommelden wat rond de tent.

EInde ochtend reden we naar de Hyper-U, een grote hypermarche in Le Pont-de-Beauvoisin. We keken er onze ogen inderdaad uit, ook bij de kassa helaas. Wel waren we weer voorzien van genoeg voorraad om de dag door te komen.

We aten lunch bij de tent tot de zon even na twee uur achter de bomen vandaan kwam, daarna luierden we wat in de schaduw aan de rand van het meer. Zo rustig als het ’s ochtends was geweest, zo druk was het in de middag. Elk plekje schaduw was bijna bezet en pas na vijfen begon het wat rustiger te worden.

Terug bij de tent werd de barbecue aangestoken voor echte Franse kipspiezen met tabouleh en een bak rouwkost. Morgen een dagje naar Chambery.

Danzij een compleer donkere kamer in een doodstil hotel met alleen een zacht zoemende airco hadden wel allemaal enorm goed geslapen. Al voor zeven uur kwamen we in beweging en schoven we even later aan, aan het ontbijt.

Deze keer geen croissantjes maar een hele verzameling aan verantwoorde streekproducten. Gelukkig vielen stokbrood, kaas en koffie ook onder deze categorie dus met volle magen werd de auto ingepakt. Rond half negen voegden we in op de autoroute richting het zuiden.

Ook vandaag bleek het met de drukte mee te vallen, helemaal toen we achtereenvolgens al het verkeer naar de Cote d’Azure en richting de alpen (snik!) achter ons lieten. In een ruk reden we door en even na elf uur stonden we voor de slagboom. Onze plek bleek nog bezet te worden door een aantal Franse dames die nog druk aan het inpakken waren, zichtbaar wat ongemakkelijk bij de aanblik van een Nederlands gezin dat stond te wachten. Toen de plek leeg was, bleek het een wat kleinere plek te zijn dan voorgaande jaren. Zeker in Passy waren we ook wel erg verwend met de hoeveelheid ruimte. Prio 1 was echter het vinden van een tankstation aangezien het tanklampje ons al een tijdje had aangestaard voordat we waren aangekomen. Het was zondag en dus waren niet alle tankstations geopend, die in Novalaise op een kwartier rijden gelukkig wel. Groot voordeel bleek ook de aanwezigheid van een Spar supermarkt die na het vullen van de tank nog maar tien minuten open bleek te zijn. Terwijl papa de auto parkeerde rende mama met Luus en Kilian de winkel binnen om in de eerste minuut al een fles van het fel begeerde groene Mont Blanc bier te scoren. Als een geoliede machine renden we door de winkel: Tourtel, Bretz chips, Orangina snoepjes, Babybel, Oasis en Baton de Berger worstjes. Daarnaast nog komkommer, tomaten, rode ui en een heerlijke vinaigrette voor een salade.

Terug op de camping bleek ons pekje in de schaduw van een boom te liggen en werd er gelunched en toen was het toch echt tijd om de tent op te gaan zetten. Dit lukte grotendeels nog in de schaduw maar na vieren moesten we ons toch overgeven aan de hitte van de zon. Nog wat moe van de rit keken we soms even vertwijfeld naar de puinhoop die was ontstaan na het uitpakken, maar na een poosje vond alles voorzichtig zijn plek en leek het wel weer een beetje georganiseerd.

Het avondeten bestond naast de salade uit tortelini met tomatensaus. De avond werd verder doorgebracht met wat schrijven en spelletjes. Om 10 uur lag iedereen in z’n bed op een heerlijk rustige camping.

Ook dit jaar was de zoektocht naar een camping waar we allemaal enthousiast van werden best een moeizame geweest. Het plan om met de Booghjes te gaan was al vrij vroeg ontstaan, zeker ook omdat alle tieners er blij van werden en het bovendien de tiende keer zou worden dat we met elkaar de zomer zouden doorbrengen. Uiteindelijk kwamen we terecht in de Savoie, waar camping Les Peupliers aan het Lac d’Aiguebelette ons wel erg aansprak. Een langgerekte camping aan het meer dat bekend staat om zijn door aardwarmte opgewarmde water, toch wel zo’n 28 graden!

Zoals elk jaar leek het allemaal erg ver weg, maar stond de datum van vertrek binnen de kortste keren voor de deur. De laatste weken voor vertrek waren een achtbaan geweest door de ziekte van Nicole waardoor de vakantie van onze buurtjes niet door kon gaan. Na wat passen en meten werd wel afgesproken dat Gwen en Roy een week bij ons langs zouden komen. Vanwege de extra bagage die we hiervoor mee moesten nemen werden de aanhangwagens omgewisseld en zetten we om 6 uur koers naar Beaune, waar de hotelovernachting was geboekt. Ook deze keer weer vertwijfeld nagekeken door Olaf, die het allemaal wel had zien aankomen…

Het weekend zou op de weg weer ongekend druk worden maar in de praktijk viel het allemaal erg mee. Dankzij de navigatie werden we in Belgie naar een alternatieve route geleid over allemaal B-wegen. Hoewel het wat minder snel ging waren het prachtige wegen door velden vol met graan en zonnebloemen. Luxemburg lieten we volledig links liggen en in het Franse Spincourt werd er getankt bij het dorpscafe en aten we in de schaduw de heerlijke gehaktballen die Erik thuis nog voor ons had gebakken.

Het laatste deel liep wel via de autoroute maar zonder files reden we rond vijf uur de parkeerplaats op van het Greet hotel in Beaune.

Na het verkennen van onze Chambre de Famille, plonsden papa en Kilian even in het zwembad. Daarna wandelden we naar een naburig Italiaans restaurant voor pasta en pizza. Doodmoe rolden we allemaal om 21:30 ons bed in.