Na een rustige nacht een een standaard campingontbijt met croissantjes, stokbrood, Port Salut kaas en bramenjam van de lokale jam-boer, begonnen we weer eens met het verzamelen van de wandelspullen. Om ons plan waarbij we om de dag op pad gaan in ere te houden werden de bergschoenen, wandelstokken en -kaart en lunch verzameld en om half elf reden we de camping af op weg naar Chamonix.

Het uitzoeken van een geschikte wandeling valt door de aanhoudende hitte niet mee, we moeten het of serieus hogerop zoeken of een wat lagere wandeling met veel beschutting. Dankzij het internet waren we uitgekomen bij een wandeling in de laatste categorie, een korte maar best pittige klim vanuit het dal naar de Cascade du Dard. Het pad naar deze waterval liep vrijwel in z’n geheel door een dicht bos met loof- en naaldbomen en langs een rivier, ideaal recept voor het verdrijven van de hitte dus.

Tijdens onze rit kregen we nog de schrik van ons leven toen er op een 70-kilometer weg opeens een hond vanuit de struiken de weg op liep. We raakten hem behoorlijk en hoewel papa vrij snel de auto uit was, was de hond nergens meer te vinden. Na 10 minuten zoeken raapte papa het nummerbord maar van de weg dat er vanaf was gesprongen en vervolgden we onze weg. Het was ontsettend druk, enerzijds door de file voor de Mon Blanc tunnel waar we nog een straatje van meepikten en anderzijds door de dagjesmensen die massaal Chamonix in wilden rijden. Wonder boven wonder vonden we een gratis parkeerplek op vijftig meter afstand van het begin van de wandeling en na goed insmeren slingerde papa de rugzak op en begonnen we aan de klim.

Luus en Kilian hadden ondanks het mooie en beschutte pad met enige regelmaat wat aansporing nodig maar uiteindelijk schoten we lekker op. We werden vergezeld door de snelstromende rivier en mooie doorkijkjes op de gletscher van het Plateau des Pyramides en de Mont Blanc en Aiguille de Bionassay. Na ongeveer een uur kwamen we aan bij de waterval, waar ook een berghutje bleek te zijn. Met het gebulder van de waterval en af en toe wat koele nevel in ons gezicht zochten we een plek in de schaduw voor onze stokbroodjes met kaas en worst.

Pad langs de rivier met zicht op de Aiguille de Bionassay

Poseren bij de Cascade du Dard

Omdat een rondje lopen altijd leuker is dan dezelfde weg terug besloten papa en mama om nog een klein stukje verder te klimmen en daarna een alternatieve route naar beneden te nemen. De kaart leek helaas niet helemaal accuraat want de spltsing van de alternatieve route bleef uit. Toen de protesten van Luus en Kilian wel heel hevig werden nam papa nog even een sprint bergop in de hoop de afdaling te vinden, maar helaas. Toch dezelfde route naar beneden dus waarbij we bij het berghutje bij de waterval, waar we toch weer langskwamen, vier ijskoude glazen Orangina bestelden. Kilian moest voor een grote boodschap naar de WC en keek z’n ogen uit toen het een “droge WC” bleek te zijn. Geen water om door te trekken dus maar een grote bak met geurende houtsnippers waarmee je je boodschap moest afdekken. Luus kreeg spontaan ook aandrang toen ze het verhaal van Kilian hoorde…

Berghut bij de Cascade

Uitzicht op de kabelbaan van de Aiguille du Midi

Beneden aangekomen boodschappen gedaan in Chamonix en rond half vijf kwamen we weer aan op de camping. Het avond eten bestond uit pasta met tomatensaus, gebakken champignons en een salade. Als toetje nog een naar de receptie van de camping geslenterd voor een ijsje. Morgen weer “lekker” warm!

Na het onstuimige weer van gisteren stonden we op onder een blauwe hemel en een camping die stond te dampen in de zon. Alle nattigeheid van gisteren was in een noodtempo aan het verdampen en het was merkbaar een paar graden afgekoeld.

Na twee dagen camping stonden we te trappelen (vooral papa) om de omgeving te gaan verkennen en we kozen unaniem Lac Vert als doel, een meertje dat we maanden geleden thuis op de computer al hadden ontdekt. Voordeel was dat je er dichtbij kon komen met de auto en dat het wandelpad grotendeels in de schaduw lag. De rit er naar toe liep langs een groot aantal haarspeldbochten maar Luus en Kilian gaven geen krimp en na een half uur rrijden parkeerden we de auto bij Chalet de la Reserve, een punt waar een hoop deltavliegers en parapenters hun sprong de diepte in waagden.

Gewapend met wandelstokken en petjes begonnen we aan het vrij saaie asfaltpad waar gelukkig vrij snel een smal bospad als alternatief was. Na een minuut of twintig kwamen we aan bij het meer dat echt prachtig bleek te zijn. Dit feit was overduidelijk bij meer mensen bekend want aan de oever was het een komen en gaan van wandelaars, vissers en andere mensen die de koelte en rust opzochten. We wandelden het meer rond en kozen er voor om op het terras van het naburige restaurant koffie, Orangina en crepes sucre te bestellen. Hierna vervolgden we de wandeling om uiteindelijk weer terug te keren bij het meertje waar we de meegebrachte stokbrood, kaas en chorizo soldaat maakten.

Het restant van de middag gebruikten we om de gebruikelijke boodschappen te doen en langs de speelgoedwinkel te rijden. de temperatuur in het dal was inmiddels al weer opgelopen tot zo’n 35 graden en we waren terug op de camping zielsgelukkig met de schaduw bij de tent. Luus en Kilian hadden het goed met hun speelmaatjes en mama stortte zich met gezonde en begrijpelijke tegenzin op het wassen van al onze handdoeken (vies geworden door de opspattende regen…

De dag begon vanochtend weer om half negen en het was meteen al weer volop zomer, in de schaduw van de bomen prima uit te houden maar in de zon drukkend warm. De croissantjes en het stokbrood smaakten weer prima en na het ontbijt begonnen we met het maken van wat plannen voor de komende dagen, geholpen door de stapel folders die we bij de camping hadden gehaald. Luus en Kilian hadden contact gemaakt met een paar Nederlandse broers en waren druk aan het voetballen en badmintonnen.

Door de warmte en het feit dat Luus en Kilian het zo naar hun zin hadden kwamen we eigenlijk verder aan niets toe. Wel hadden we het plan om aan het einde van de dag, na de ergste hitte, een waterval in de burt op te zoeken om daar te picknicken. Verder was het een beetje rommelen rond de tent, broodje eten en de laatste klusjes. Halverwege de middag sprongen we met z’n vieren in de auto richting de Decathlon (extra rotsharingen) en de Carrefour (boodschappen voor de picknick). Buiten was het inmiddels drukkend warm en we waren blij met de koelte in de winkels. Bij de Decathlon scoorden we nog een simpele verrekijker en de boodschappen bestonden uit tabouleh, koude pastasalade en fougasse, de Franse variant van focaccia).

Terwijl we in de auto zaten vielen er opeens dikke druppels regen naar beneden en op de camping aangekomen bleek het in de tent ingeregend te zijn. Nadat alles droog was gingen papa en Kilian douchen, de camping heeft geen gras maar vooral rots en zand waardoor onze benen en voeten letterlijk zwart waren. Mama en Luus volgden later en terwijl zij nog onder de douche stonden barstte het los. Bakken met regen, onweer en dikke hagelstenen kwamen naar beneden en de camping veranderde in een rivier. Toen papa en Kilian na een half uur in de auto sprongen om de meiden op te halen bleken ze zich al in het noodweer te hebben gestort en met z’n viertjes trokken we ons terug in de tent.

Schuilen in de tent

Het eten dat was bestemd voor de picknick bleek ideaal omdat er van koken geen sprake was. Over de luidsprekers van de camping werd omgeroepen dat mensen die een plek voor de nacht nodig hadden in de recreatieruimte konden slapen. Alle met al omstandigheden die bij Luus en Kilian voor wat traantjes zorgden. Onze tent bleek het noodweer makkelijk aan te kunnen en na een paar uur keerde de rust terug. We kropen wat vroeger dan normaal ons bed in, de weersverwachting voor de komende dagen voorspelt temperaturen ver boven de 30 graden…

Het ritme zat er meten goed in vanochtend en pas om half negen lag iedereen elkaar aan te kijken. De tweede helft van de nacht bleek toch wat frisser te zijn en papa had om vier uur alle slaapzakken opengeritsten neergelegd, verder was het super geweest om weer in de tent te slapen.

De camping had de optie om broodjes te bestellen voor de ochtend en we hadden gisteren dan ook vier croissantjes en vier harde broodjes besteld, dat dachten we tenminste. Mama en Lucia keken wat vreemd op toen papa en Kilian terugkeerden met inderdaad vier croissantjes en daarnaast vier volledige baguettes. De buren konden we er meteen blij maken met eentje. Na het ontbijt stonden Luus en Kilian bijna letterlijk te trappelen om het meer in te duiken met hun opblaasbeesten, het enige wat in de weg stond was het opblazen en dat bleek een flinke klus in de inmiddels al lekker opgelopen temperatuur.

Aan het meer

Lucia op haar eenhoorn

Dobberen met uitzicht

Om half 11 kwamen we dan toch bij het meer aan en er was nog vrij veel ruimte op de grasvelden. We vonden al snel een plekje in de schaduw van een grote boom en toen was het tijd voor de doop van de Regenboog-Eenhoorn (Lucia) en Alpaca (Kilian). Het meer was heerlijk koel en onder toeziend oog van het Mont-Blanc massief doken we er allemaal in. Na een uur of twee was het tijd voor de lunch in de schaduw bij onze tent en natuurlijk stond er baguette op het menu.

Het einde van de middag gebruikten we om onze voorraad aan te vullen bij de Carrefour in Sallanches, een heerlijk koele en echt typische Franse supermarche waarbij eigenlijk alleen de bassins met krabben en afdeling met versie vis ontbraken. De zee is dan ook best wel ver weg hier…

Het avondeten was het menu van gisteren, tortellini en harricots verts en verder kon Kilian geen genoeg krijgen van het tennissen. Er zijn vandaag tenminste twee shuttles en een bal over het hek verdwenen waarbij we er maar eentje konden redden van het snelstromende riviertje aan de andere kant.

 

Met recht de beste nacht ooit in een hotel, dat was onze conclusie nadat we om half acht ’s ochtends wakker werden. De airco had ons lekker koel gehouden en ondanks de drukte in het hotel was het ook nog eens lekker stil geweest. Het ontbijt was eenvoudig maar lekker en met wat croissantjes, stokbrood met kaas, chocoladecornflakes en koffie voelden we ons meteen thuis in Frankrijk.

Omdat we een relatief korte dag hadden met iets meer dan 300 kilometer maakten we geen haast en rond half 10 reden we richting de Autoroute Blanche. Net zoals gisteren was het heerlijk rustig en om even na twee uur reden we in de smorende hitte Camping les Iles op. Met open mond bekeken we het uitzicht op het Mont Blanc massief dat in de middagzon lag te glinsteren.

De receptie bleek helaas nog dicht te zijn tot drie uur en in de tijd die overbleef gingen we op zoek naar een plekje op de camping. Dat bleek gelukkig een superidee want de camping had voor ons een plekje in gedachte waar alleen onze auto zou passen. Na wat moeilijke blikken bleek onze voorkeursplek geen probleem te zijn en na wat strubbelingen met het opzetten van de tent hadden we ons basiskamp wel zo’n beetje ingericht. Met een week lang meer dan 30 graden voor de boeg hadden we gekozen voor een plek tussen 4 bomen waar we eigenlijk de hele dag schaduw hadden.

 

De avond werd vooral gebruikt om het vochttekort aan te vullen en aangezien niemand zin had om te koken (met als eindresultaat afwas) zochten we het terras van de camping op voor pizza. Rond half elf kropen we met z’n vieren ons bed in, alleen voorzien van een lakentje omdat de warmte bepaald nog niet weg was.

Na een vermoeiende maar uiterst gesmeerd lopende inpaksessie maakte de wekker ons vanochtend om 5 uur wakker. Het altijd leuke moment om Luus en Kilian wakker te maken liep zoals verwacht en ze sprongen superblij uit bed bij het horen van het woord vakantie, bijna onmiddelijk startklaar. Snel een broodje en wat drinken, de laatste klusjes in huis en nog wat zaken inpakken en even na 6 uur lieten we Warmenhuizen achter ons.

Waar Bretagne ons altijd langs Antwerpen en Brussel stuurde hadden we nu de kans om voor een andere route te kiezen en met de vervelende E19 in ons hoofd was de keus voor Maastricht-Luik-Luxemburg snel gemaakt. De enige onzekere factor was de drukte op de weg maar van enige drukte bleek geen sprake. Sterker nog, zonder enige vorm van file reden we naar ons hotel in Dijon, het Ibis Saint Appolinaire. We waren zielsgelukkig toen er airco bleek te zijn aangezien de temperatuur buiten tot ruim boven de 30 graden was gestegen.

Het avondeten werd gekocht bij de lokale Mcdonalds en om half tien doken we allemaal ons bed in.

Hoewel we er eigenlijk nog niets van willen weten dient het einde van de vakantie zich toch aan. Het plan was om komende donderdag te vertrekken maar de weersverwachting voor donderdag is zodanig slecht dat er er over denken om toch maar een dag eerder te gaan. We beseften ons maar al te goed dat dat betekende dat vandaag onze laatste volledig in te vullen dag is. Met die gedachte kwamen we al snel op het idee om vanaf de camping langs de kust naar Concarneau te lopen, via de Chapelle de la Croix naar een markt die vandaag in Concarneau werd georganiseerd.

Echt snel weg waren we niet maar dat hoefde ook niet. Voor het eerst gingen we ’s ochtends met z’n vieren broodjes halen bij de bakker en dankzij overtuiginskracht van Luus en Kilian reden we naar de tent met niet alleen croissantjes maar ook een doos met eclairs met aardbeien en slagroom. Deze werden aan het eind van de ochtend met koffie in ze zon naar binnen gewerkt en toen was het tijd om te gaan. Vooral aan het begin van de wandeling hadden Luus en Kilian het er maar zwaar mee en kostte het flink wat overredingskracht van papa en mama om doot te kunnen lopen. Toen de Chapelle de la Croix aan de horizon verscheen ging het allemaal een stuk makkelijker. Luus wilde graag een kaarsje branden voor oma Hanny en Kilian voor opa Gerard, zolangzamerhand een vast ritueel. Na even rustig in het kapelletje te hebben gezeten was het tijd voor lunch met uitzicht op de baai, terwijl de klasjes met kinderen van de nabu gelegen zijschool in vol ornaat voorbij kwamen lopen.

 

In Concarneau zelf kwamen we voor een verrassing te staan toen bleek dat de markt al grotendeels was afgebroken en als alternatief liepen we de de oude stad binnen. De term “over de koppen kunnen lopen” werd bijna werkelijkheid, zo druk was het er en het duurde niet lang voordat we rechtsomkeert maakten. Bij de plaatselijke VVV vonden we informatie over de buslijnen in en rond Concarneau en een half uur later zaten we zowaar met z’n vieren in een bus die ons in de buurt van de camping kon afzetten.

Aangezien het maandagavond was stond er bij de ingang van de camping weer het busje met de crepes en we lieten ons de crepes met kaas en ei en crepes au beurre goed smaken. De dag werd afgesloten met wat tafeltennis een paar potjes Uno.

Point du Raz is misschien het meest westelijke punt van het Franse vasteland maar zeker niet het meest westelijke stukje Frankrijk. Vanaf de Point du Raz gezien is een eiland zichtbaar met daarop een grote zwart-witte vuurtoren, de Grand Phare de Goul Enez. Jaren geleden hadden we al eens een boottocht gemaakt naar een eilandengroep voor de Bretonse kust en bij het zien van Ile de Sein was het besluit snel genomen om daar deze vakantie naar toe te gaan.

Kaartjes waren alleen vooraf te reserveren en met een goede weersvoorspelling voor vandaag in het verschiet hadden we onze plekjes geboekt. Dat de voorspelling plots was veranderd was ons al opgevallen en dat het ook klopte werd duidelijk toen we vanochtend in serieuze regen vanuit dikke grijze wolken naar het startpunt van de boot reden, het haventje van Sainte-Evette. De aangepaste voorspelling had wel aangegeven dat het in de middag welliswaar bewolkt zou zijn maar wel droog. Als door een wonder zagen we na een uur rijden boven zee opeens de bewolking openbreken en toen we het verlaten haventje (wel veel geparkeerde auto’s maar verder geen mens te zien) binnenreden was het opgehouden met regenen.

De boot lag al te wachten aan de kade en was wel iets kleiner dan we hadden verwacht. Na een half uur waarin we snel nog wat broodjes met Nutella naar binnen werkten mochten we aan boord met nog een handje vol mensen en zetten we koers langs de kust richting het eiland.

De kapitein had er zin in want eenmaal op open zee ging het gas er op en aangezien we recht tegen de stroming in gingen, veranderde de boot in een kermisattractie waarbij we flink over de golen stuiterden. Met enige zorg keken we naar Luus die eerder tijdens ons zeiltochtje op de boot van Martien op een vrij kalme zee zeeziek was geworden maar Luus stond een uur lang met een grote grijns met twee handen aan de reling mee te stuiteren op de golven. Ook Kilian vond het prachtig en na een uur meerden we aan bij de Phare de Men Brial, de tweede vuurtoren van het eiland.

Eenmaal op het eiland liepen we door de smalle sraatjes van het plaatsje op zoek naar een crepe of een kop soep maar dat bleek moeilijk te vinden. Bij een terras dat er wel leuk uitzag werden we vrolijk onthaald maar toen we bij het zien van de prijzen, geen gerecht onder de 32 Euro, omkeerden werd de dame wat minder vriendelijk. Gelukkig vonden we een eindje verder aan de kade een ander terras waar we voor normale prijzen lekkere salades aten en plannen maakten voor de resterende uren op het eiland.

De boot zou ons om 19 uur weer komen ophalen en mama had al snel haar zinnen gezet op een wandeling langs de Grand Phare de Goul Enez naar de noordwestelijke punt van het eiland waar ook een vuurtoren leek te staan. Luus en Kilian vermaakten zich met strandjutten en met de gevonden schatten op zak schoten we aardig op. Naarmate we verder kwamen werd het pas steeds smaller, nam de hoeveelheid konijnenkeutels exponentieel toe en werd het weer steeds mooier. Aangemoedigd door de uitbundige zon kwamen we aan bij het object dat van een afstand op een vuurtoren leek, in werkelijkheid bleek dit een soort baken te zijn dat luistert naar de naam Plas Ar Scoul.

Na een leuk fotomomentje op een gote rots liepen we terug naar het het plaatsje en waren we ruim op tijd terug voor de boot waar we er achter kwamen dat de plek waar we ’s ochtends van de boot waren gestapt door de vloed niet meer toegankelijk was. Waar we dan wel moesten opstappen was niet duidelijk en met het beeld van een overnachting op het eiland in het achterhoofd gingen we op zoek om er achter te komen dat we inderdaad ergens anders moesten opstappen, slecht gecommuniceerd door de mensen van de Finist’mer bootmaatschappij.

Na een terugtocht met de stroming mee en dus veel rustiger kwamen we rond acht uur aan op het vasteland. Een uur later reden we toch nog maar even langs de Mcdonald’s in Concarneau om nog net op tijd voor het sluiten van de slagboom op de camping aan te komen.