De weersverwachting voor vandaag en de komende dagen was volgens Meteo France niet fantastisch. Elke dag wel kans op wat regen en onweer. Het was dus even spannend toen we na een goede rustige nacht wakker werden. De zon scheen ons vriendelijk tegemoet en we konden heerlijk buiten ontbijten. Met de afwezigheid van de echt hoge bergen en de aanwezigheid van echt grote steden hadden we ons al voorbereid op wat minder wandelen en wat meer stedentripjes. Vandaag stond de eerste op het programma, de stad die ons vanaf de andere kant van het meer toelacht: Lausanne.

Lausanne is de op drie na grootste stad van Zwitserland en bleek prima per boot bereikbaar vanuit Evian-les-Bains. Het loket waar we rond elf uur onze tickets kochten vroeg wel weer ruim 170,- voor de overtocht van een half uur, inclusief toegang tot het openbaar vervoer. Omdat we deze vakantie geen kabelbanen tegen gaan komen hadden we het er graag voor over.

De tocht zelf was rustig en heerlijk met zon en maar een klein beetje wind en even na twaalf uur zetten we voet op Zwitserse grond.

Vooraf hadden we al bedacht om ’s middags warm te eten en het avondeten simpel te houden. Toen we een terras voorbij liepen van restaurant/pub White Horse (sinds 1974) was de keus snel gemaakt en even later zaten we achter hambuger (Lucia), chicken wings (Kilian), pasta (mama) en spareribs (papa). Het was wel weer even sidderen voor de rekening maar uiteindelijk was deze nog redelijk.

Het centrum zelf bleek ruim opgezet met enorme hoogteverschillen. Met name Lucia en Kilian hadden hun hoop gevestigd op shoppen maar de prijzen in de winkels waren zo hoog dat deze hoop al snel was vervlogen. Met de aanwezigheid van merken als Rolex, Louis Vutton, Hugo Boss en Gucci kon het ook niet anders. Toch vermaakten we ons wel met het slenteren door de winkelstraten en een klim naar de Cathédrale Notre-Dame de Lausanne, het hoogste punt van de stad.

Aan het einde van de middag vonden we het welletjes en namen we de trolleybus richting de haven. Daar sloeg de stress toe toen bleek dat de boot die naar Evian zou gaan Thonon als eindbestemming had. De boot aan de steiger ernaast met Thonon-les-Bains op de boeg zou toch echt naar Evian gaan. Deze lag al op het punt van vertrek dus in volle sprint met mama voorop wisten we deze nog net te halen…

Op de terugweg nog even langs de supermarkt voor het avondeten (broodjes knakworst en een bak met rauwkost) en aan het begin van de avond werden we dan toch getrakteerd op de eerste serieuze regen. Met z’n vieren trokken we ons terug in de partytent en vermaakten we ons nog met wat potjes Uno. Morgen even afwachten wat voor weer het gaat worden maar we houden we wel lekker rustig.

Het hotel was ondanks de nabijheid van een vliegveld gelukkig heerlijk rustig gebleken. Met nog maar 350 kilometer te gaan en een camping waar we pas na twee uur terecht konden besloten we geen enkele haast hoefden te hebben. Om half acht schoven we aan bij een prima ontbijtbuffet, keken nog even naar het opstijgen van een aantal eenmotorige vliegtuigen en pakten we onze spulletjes weer in.

Na negen uur voegden we weer in op de snelweg richting Zwitserland terwijl een voorzichtig zonnetje ons vergzelde. De drukte op de weg viel weer mee, hoewel het verkeer rond Basel wel vastliep. De navigatie loodste ons met een route direct door de stad briljant om de drukte heen. Voor de lunch besloten we om een Zwitserse Burger King langs de snelweg te bezoeken. Het hongergevoel verdween als sneeuw voor de zon toen we meer dan 70,- mochten aftikken, duidelijk Zwitserse prijzen…

Op camping Vieille Eglise in het gelijknamige dorp aangekomen werden we hartelijk ontvangen door de eigenaresse en een medewerker. Met mama, Lucia en Kilian op zijn golfkarretje begeleide hij ons naar onze plek. Het was in alle eerlijkheid wel even slikken toen we de afmetingen zagen en de grond die behoorlijk afliep. Op de vraag of er mischien nog een andere optie was, kwam het antwoord dat alles zat volgeboekt. Maar het beste er van maken dus. Groot positief punt was wel dat we direct onder de grootste en oudste boom van de camping staan. Daarmee zijn we op warme dagen verzekerd van schaduw gedurende het grootste deel van de dag.

De tent werd weer supersnel opgezet en deze keer ook nog een apart tentje voor Luus, de eerste keer. De vermoeidheid na twee dagen reizen zat er nog duidelijk in en een poging om ook nog de partytent op te zetten mislukte. Het was puzzelen met de ruitme maar zeker ook omdat er een stormachtige wind stond, morgen maar een nieuwe poging.

Gelukkig hadden we lekker en simpel eten meegenomen uit Nederland, tortellini met tomatensaus. Na het eten liepen we nog even de camping af op zoek naar een wandelpad naar het meer maar dat werd (nog) niet gevonden. Nog voor tien uur liepen we naar het sanitairgebouw om onze tanden te poetsen en even later lagen we na een jaar zomaar opeens weer tegen de binnenkant van ons tentdak aan te kjiken. Morgen rustig aan en lekker boodschappen doen.

Met de zoektocht naar een leuke bestemming voor de zomervakantie was onze “happy place” Lac de Passy weer vaak in onze hoofden voorbij gekomen. De beslissing of we nog weer eens terug zouden gaan werd ons onverwacht in de schoot geworpen toen bleek dat we te laat waren met reserveren – alles vol! De uitdaging om iets te vinden dat zich kon meten bleek ook nu weer een taaie, na avonden en middagen zoeken was er dit keer wel succes. Camping Vieille Eglise in het gehucht Lugrin dat uitkijkt over het Lac Leman kon ons bekoren en een nieuw avontuur lag in het verschiet. Dit jaar helaas wel zonder de Booghjes, de agenda’s bleken dit jaar tot teleurstelling van iedereen niet te matchen.

Het inpakken liep soepel, mama was weer een aantal dagen eerder vrij en stortte zich op de was en andere voorbereidende klussen. De inventaris bleek nu echt vrijwel compleet, afgezien van een nieuwe grotere percolator om ons te voorzien van de dagelijkse koffie.

De dag van vertrek begon een uurtje later dan normaal, de eerste stop in Hotel Ibis in Colmar lag in kilometers immers dichterbij dan Dijon of Caen, en dat beviel prima. Een nog veel groter voordeel bleek de route die door Nederland, Belgie, Duitsland en Frankrijk liep. Geen drukte, overvolle parkeerplaatsen en filestress, maar een soms bizar lege snelweg. Zelfs toen we voor de lunch al erg lang op zoek waren naar een tankstation en er eindelijk eentje vonden, bleek er plek zat en konden we in alle rust onze van huis meegenomen brunchbollen wegkauwen.

In de buurt van Colmar kwam er op de snelweg een grote vogel voorbij gevlogen die we meteen herkenden als een ooievaar. Even later reden we zelfs langs een heel veld van deze in Nederland zelden gespotte vogels.

Het hotel bleek prima, op een enkele minuten rijden van het centrum van Colmar. Ons plan om daar een pizza te gaan eten , in plaats van de McDonalds, werd gedwarsboomd door een enorm dreigende lucht. De diepvriespizza’s in het hotel bleken na een lange dag nog best te eten. Bovendien durfde Kilian het aan om na het verdwijnen van de regen nog een eenzame duik te nemen in het buitenzwembad.

Al op een van de eerste dagen was ons oog gevallen op een Frans servies dat ons huidige Ikea servies thuis deed verbleken. Omdat de favoriete kleur groen er maar heel beperkt was keken we bij elk bezoek aan deze supermarkt of deze was aangevuld, tot nu toe zonder succes. Om de kans op succes wat te vergroten hadden we al ontdekt dat er in de nabijheid nog een Carrefour Hypermarche was, in Cluses.

Vandaag begon weer uittermate rustig. Na een late wekker en een prima ontbijtje bedachten papa en mama dat vandaag eigenlijk een prima dag kon zijn om ons gelukt te beproeven vwb het servies. Lucia en Kilian deden niets liever dan zwemmen en relaxen en onze buurtjes vonden dat ook geen enkel probleem. Na de lunch werd het adres van de Carrefour ingetoetst in de navigatie terwijl de rest in het koele meer dook. Na 32 haarspeldbochten en bijna drie kwartier later stonden we elkaar wat verbaasd aan te kijken voor een schattig kleine “Carrefour Montagne”, hoog in de bergen. Door een fout in de navigatie waren we de verkeerde kant op gestuurd.

De fout werd uiteindelijk vrij snel hersteld en we vonden de weg naar de juiste Hypermarche in het dal. Dit bleek wel een vreemde plek te zijn: een enorme winkel met gigantisch brede paden, ietwat gedateerd en bovendien was vrijwel niemand. Ook geen servies overigens dus na wat koude drankjes zetten we koers terug naar de camping via de Carrefour in Sallanches. Daar ook geen servies maar wel avondeten in de vorm van Pasta Arabiata en Fusili en daarbij een lekkere Caprese. Een van de favoriete maaltijden deze vakantie waar zelfs Kilian drie borden van naar binnen werkt.

Na het avondeten was het nog even lekker hangen. Het plan om morgen naar Geneve te gaan kon niet doorgaan vanwege een vergeten ID kaart waardoor het aan de grens wel wat spannend kan worden. We gaan morgen kijken wat we als alternatief kunnen doen.

Badmintonnen met lichtgevende shuttles

Na de regen van gisteren was de warmte van de zon alweer nadrukkeliijk aanwezig bij het openritsen van de tent. Met temperaturen van ruim boven de 30 graden is het aktijd even zoeken naar geschikte activiteiten, buiten dobberen in het meer natuurlijk. Een van de opties die we hadden bedacht waren de Gorges de la Diosaz, een smalle kloof op een kwartier rijden van de camping. Deze kloof is aan het einde van de 19e eeuw geschikt gemaakt voor bezoekers, wat betekende dat er over vrijwel de gehele lengte ene houten vlonderpad moest worden gemaakt met enkele bruggen over het snelstromende riviertje. De beschutting van de kloof in combinatie met snelstromend koud water klonk bij iedereen als muziek in de oren en aan het einde van de ochtend reden we van de camping.

Het parkeren bleek zoals overal deze vakantie een uitdaging en zelfs voor de kassa stonden we in de rij.

Eenmaal in de kloof zelf viel het nog wel mee met de drukte, al was het op sommig smalle pasaages wel even passen en meten. De wandeling was inderdaad heerlijk koel, de houten vlonders en met name de bruggen lieten wel duidelijk de dieptes er onder zien en zit zorgde er bij Nicole en Roy voor dat de hoogtevrees werd getriggered. Toch kwamen we met z’n achten uiteindelijk aan bij het eindpunt van de route. Het pad liep oorspronkelijk nog kilometers verder door de kloof maar dit is in de jaren negentig gesloten vanwege gevaar voor vallende stenen.

Op de terugweg vonden we in de kloof zelf een mooie plek voor een late lunch, zo laat zelfs dat een echte Fransman op z’n horloge tikte toen hij ons onze baguettes met kaas weg zag werken.

Na wat boodschappen voor het avondeten snakte iedereen naar de koelte van het meer en we vonden nog een plekje in de drukte. Het is deze dagen zo druk bij het meer dat de toegangsweg al een aantal keren door de politie werd afgesloten. Alleen door het wapperen van onze Tohapi-folder werden we er nog doorgelaten. Terwijl de eerste bliksemschichten al zichtbaar waren boven de Mont Blanc werd de camembert opgewarmd en werden de worstjes gebakken. Ook nu bleef het onweer gelukkig ver weg en bleef de regen ons deze keer bespaard.

Na de best pittige wandeling van gisteren was het een logische beslissing om de benen vandaag wat rust te geven. De verwachte spierpijn was gelukkig wel achterwege gebleven. We dachten deze keer goed voorbereid te zijn op het feit dat het zondag was en hadden gisteren al een brood gekocht. Zoals het echt Frans brood betaamt bleek dit na een nachtje te zijn omgevtoverd van goudbruin knapperig naarr een bleke, zachte massa. Met wat Port Salut en goede koffie werd er nog wat van gemaakt. De rest van de ochtend werd er geluierd, mama wat klusjes in en rond de tent, papa werkte het dagboek bij en Lucia en Kilian kozen vanzelfsprekend voor de aanwezigheid van Gwen en Roy. Na de lunch op de camping zetten we met z’n achten koers naar Chamonix.

Het plan was oorpspronkelijk om de auto in Les Houches te parkeren en per trein naar Chamonix te gaan, om parkeerstress voor te zijn. Omdat het parkeren bij Les Hocuhes zelf ook wat onduidelijk bleek en de laatste trein terug wel heel vroeg ging zetten we onze hoop toch op het vinden van een parkeerplek in Chamonix zelf. Op een van de laatste P’s vonden we gelukkig nog een plek voor ons blik. Tijdens het rondje slenteren door de snikhete stad scoorde papa nog een shirt bij de North Face Store, Kilian ging voor een mooie sleutelhanger en Luus en Gwen kozen samen voor een identiek armbandje. Om ons vijfde keer op deze plek te eren, kochten we ook nog een sticker voor op de dakkoffer.

Het eten bleek even een zoektocht. De pizzeria waar we de vorige keren hadden gegeten bleek er niet meer zijn en een indiaas restaurant viel last minute toch niet in de smaak. Gelukkig vonden we nog een plek op het terras bij La Boccalatte waar we oprecht heerlijke pizza;s en pasta’s kregen voorgeschoteld, afgetopt met enorme ijscoupes. De rit terug verliep voorspoedig en in de avond werden we nog getrakteerd op een dreigend onweer, na twee flinke klappen kwam er uiteindelijk alleen de eerst serieuze regen uit. Toen lagen wij gelukkig al onder de wol.

De mooie zomerdagen lijken deze vakantie onuitputtelijk en dat is heerlijk. Toegegeven, het kan soms wel heel erg warm zijn maar met de hoeveelheid regen die we dit jaar al hebben gehad durft niemand te klagen en dat willen we ook helemaal niet. Ook voor vandaag was er weer een onbewolkte en warme dag voorspeld, ideaal voor een wandeling op hoogte. Van alle wandelingen die we hier in de omgeving hebben gemaakt was er nog een los eindje: de klim naar de Refuge Albert 1er. Deze hut die hoog boven de Glacier du Tour uittorent ligt op 2700 meter hoogte en onze eerste poging drie jaar geleden was vanwege naderend slecht weer gestrand vlak onder de hut. De omstandigheden waren nu ideaal en ook Erik had zich vrijwillig aangemeld voor deze twee uur durende klim.

We waren mooi op tijd onderweg en de rit van drie kwartier naar het doprje Le Tour, een van de laatste dorpjes voor de Zwitserse grens, ging voorspoedig.

Een tweetal kabelbanen, de gondels van de Charamillon en de Autannes stoeltjeslift, tilden ons naar 2100 meter. Het wandelpad begon met een lichte stijging wat ons de kans gaf om van het waanzinnige uitzicht te genieten: de voorsteden van Chamonix in de diepte beneden ons, het Mont Blanc massief, het Zwitserse Lac d’Emosson en de bijna-vierduizenders die zich groepeerden rond het gletscherdal bij Le Tour voor ons.

Na een half uur kregen we zicht op het lichtblauwe ijs van de Glacier du Tour en het pad begon wat moeilijker te worden met wat lastiger passages. Lucia en Kilian liepen fantastsich en toen ook de hut hoog boven ons in zicht kwam leek het doel vandaag haalbaar. De laatse drie kwartier bleken nog wel uitdagend en het pad liep omhoog over een steile met los gruis bedekte graat. Met het verstand op nul klommen we meter voor meter verder.

Ook het allerlaatste deel voor de hut waarbij het soms handen en voetenwerk was werd overwonnen en na ruimt tweeenhalf uur klimmen stonden we trots bij de hut. Na wat foto’s en genieten van wereld van sneeuw en ijs om ons heen bestelden we vier koppen groentesoep en een omelet voor Kilian. Daarna werd het tijd voor de afdaling.

Op de terugweg was het vooral de graat die voor een uitdaging zorgde, de rest van de route was het vooral een kwestie van overgeven aan de zwaartekracht. Na anderhalf uur stapten we stoffig, bezweet maar volkomen voldaan weer in de stoeltjeslift. Op de terugweg snel nog wat boodschappen gedaan voor het avondeten (pasta arabiata) en was het de hoogste tijd voor een cooldown sessie in het meer.

Morgen gaan we met z’n allen voor een dagje Chamonix.

De zon was alweer overtuigend aanwezig toen we wakker werden. De plannen die we eerder hadden voor een wandeling bij de Brevent met Erik en Gwen konden door omstandigheden niet doorgaan en daarom was gisteren besloten om er vandaag een totale rustdag van te maken. Natuurlijk begon de dag wel weer met de heerlijke croissantjes en baguettes van de Marie Blachere en onze pruttelkofie maar daarna was het vooral tijd voor wat klusjes en wat badmintonnen.

Na de lunch werd de zwemkleding aangetrokken en wisten we een plekje in de schaduw te veroveren bij het meer waar we het grootste deel van de middag doorbrachten. Mama had vooral zin om niet in het water maar in een boek te duiken en bleef bij de tent. Om elke vorm van verdere lichamelijke inspanning te vermijden werd er meteen een reservering gemaakt voor een pizza op het terras bij de camping.

Rond elf uur in de avond kropen we op een licht rumoerige camping ons bed in. Morgen gaan we voor een serieuze wandeling naar de Refuge Albert 1er bij La Tour.

Ergens hebben we een beetje een stille haat/liefde verhouding met Annecy, de stad op een uur rijden die nog wel onderdeel is van de haut-savoie en die we vrijwel elke vakantie die we hier door hebben gebracht met een bezoekje hebben vereerd. Nadelen zijn de enorme drukte qua mensen en verkeer, de prijzen en papa wordt nog wel eens zwetend wakker van de extreem smalle parkeergarages in het oude centrum. De voordelen zijn daarentegen groter: vrijwel altijd mooi weer, een werkelijk prachtige oude stad met kanalen waar azuurblauw water een weg vindt naar het al even zo mooie meer dat word omringd door hoge bergen. Niet zo vreemd dus dat we er ook nu weer voor kozen om deze stad te bezoeken nu het weer in en rond Passy wat onbestediger was.

Met onze zwemkelding aan reden we de stadse chaos binnen en vonden eigenlijk tot onze eigen verbazing een parkeerplek vlak langs het meer. We hoefden letterlijk alleen de straat over te steken om onze handdoeken uit te kunnen rollen op het plaatselijke strandje. Onder een zwaar bewolkte hemel namen Kilian, Erik, mama en pape een duik in het verrassend lekkere water. Klian liep een licht trauma op toen hij onverwacht werd “besnuffeld” door een vis van formaat en hij verklaarde de zwempartij dan ook voortijdig als beeindigd. Na wat stokbrood met beleg liepen we richting het oude centrum.

Het oude centrum bestaat uit een scala aan smalle straatjes waarin zich een enorm aantal bezoekers voortbewoog. Het zijn vooral restaurants, ijswinkels en souvenirshops die hier zijn te vinden en bij sommige woningen boven deze winkels waren protestborden te zien tegen de almaar groeiende groep toeristen. Vandaag waren we er dan toch maar even onderldeel van ene na wat dure maar enorme ijsjes werden er nog wat nieuwe petjes gekocht en werd er een bkliksembezoekje gebracht aan een leuke platenwinkel die we nog kenden van de vorige keer.

Voor het avondeten had de jeugd zijn zinnen gezet op crepes en deze vonden we in een druk restaurantje waar we toch nog met z’n achten een plek kregen. Wel binnen omdat het terras buiten al vol zat. De crepes met cider waren overheerlijk maar toch waren we blij toen we weer naar buiten liepen, het was erg benauwd binnen.

Na de terugrit werd er op een gelukkige droge camping nog wat gezwommen en bij de tent gerommeld. Morgen is het prima weer, waarschijnlijk rijden we met z’n allen naar Lac Vert.

Tijdens het bestuderen van de lokale wandelkaart gisteren was ons een wandeling opgevallen naar Chalet de Cerro. Dit is een relatief lage hut op nog net geen 1400 meter die zich op de oostelijke gletschermorene bevindt van de Glacier des Bossons. Deze wandeling had een aantal voordelen: er was geen dure gondel voor nodig en het pad liep vrijwel in zijn geheel in de beschutting van bomen.

Onze dag begon weer met een bescheiden wekker die op acht uur stond. Ook Lucia die al een aantal nachten in een tent met Gwen slaapt meldde zich netjes aan het ontbijt en bepakt en bezakt reden we om kwart over tien onder een onbewolkte hemel richting Les Bossons. Aanvankelijk kwamen we op een verkeerde route terecht maar nadat we onze fout hadden ontdekt liepen we via een minder aantrekkelijke asfaltweg de juiste kant op. Het asfalt maakte plaats voor een weg door een mooi bos waar we op verschillende plekken enorme rotsen tegenkwamen die de nabijheid van een gletscher verraadden.

Het pad versmalde zich verder en na ongeveer drie kwartier kwamen we de eerste doorkijk naar de gletscher tegen. We moesten hiervoor wel wat waarschuwingsborden voorbij om bovenop de morene te komen.

De hut zelf werd na een uur bereikt en deze was gesloten, iets waar we gelukkig al van op de hoogte waren. Na een snelle lunch klommen we de hut voorbij richting een drietal hogere uitzichtpunten. De eerste en tweede werden bereitk maar deze vielen wat tegen omdat het zicht werd belemmerd door inmiddels uit de kluiten gegroeide bomen. Het hoogste punt lag vervolgens nog op een half uur lopen maar door knieklachten van Luus werd besloten om om te keren.j0

Terug op de camping werd er bijgekletst met de Booghjes die heel lief het avondeten hadden geregeld. Na een zwem/afkoelsessie in het meer werd met vereende krachten de pasta met knoflook/arabiata saus gekookt die werd vergezeld door lekker caprese met buffelmozzarella. Om elf uur gingen de oogjes dicht. Morgen lijkt het qua weer een iets mindere dag dus gan we een bezoek brengen aan Annecy.